Algemene kenmerken en status van het dialect

Alle dialecten in Nederlands en Belgisch Limburg bij elkaar worden aangeduid als het Limburgs. Die begrenzing is niet alleen van geografische aard. De dialecten binnen dit gebied hebben veel met elkaar gemeen. En ze wijken duidelijk af van de omringende talen Duits en Nederlands. We onderscheiden binnen het Limburgs een zestal regio’s met sterk aan elkaar verwante dialecten.

Een karakteristieke, eigen woordenschat

Binnen het Nederlandse taalgebied heeft het Limburgs een unieke plaats. Ten eerste heeft het een karakteristieke, eigen woordenschat, met een groot aantal begrippen die niet in het Nederlands of het Duits voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan woorden als kalle (spreken), nöt (lelijk, vies) of vreigele (ruzie maken), veuropsjöt/achteropsjöt (eerste/laatste schutter van een zestal). Ook heeft het Limburgs eigen persoonlijke voornaamwoorden: ich, doe, dich, veer, geer of bezittelijke voornaamwoorden als dien(e) (jouw), eur(e) (uw), ós, ózze (ons, onze).

Limburgs is een toontaal

Een tweede belangrijk kenmerk is dat het Limburgs een zogenaamde toontaal is. Door een woord op een andere toon uit te spreken, krijgt het ook een andere betekenis. Zo betekent wies uitgesproken met sleeptoon (golvend) ‘verstandig’, maar met een stoottoon (kort) ‘melodie’. Moer met stoottoon is muur, met sleeptoon is wortel. Oug (oog) is kort; ouch (ook) is lang. Het Nederlands kent deze mogelijkheid niet.

Kaart met indeling van limburgse dialecten

Kaart met indeling van Limburgse dialecten

Zinsbouw

Een derde kenmerk betreft de zinsbouw, enkele voorbeelden zijn:

Zit ’t zich dao good?Zit je daar goed?
Drink ’t zich lekker?Is dat lekker om te drinken?
Ich höb dat gezag gekrege.Dat is mij gezegd.
Dat is mich zoa gezag gewore.Dat is mij zo meegedeeld.
’t Graas leët zich noe good aafdoon.Het is nu een geschikt moment om het gras te maaien.
Dae heel zich aan ’t brazele.Die bleef maar kletsen.
Ich bèn sjtief gesjtange.Ik ben moe van het staan.
Zich de gojendaag zègke.Elkaar gedag zeggen.
Is get?Is er iets?
Is niks lekkesj meë?Is er niets lekkers meer?
Ich höb niks veur aan.Ik heb niets om aan te trekken.
Maak dich op ’n zie.Ga aan de kant.
Leët ’t zich doon?Is dat wel te doen?
Mich is de vrouw krank.Mijn vrouw is ziek.
Dat zeen de nónk en de tant.Dat zijn mijn oom en tante.
Wie sjrifs te dich?Hoe heet jij?
Maak mer ènne kómaaf d’raan.Houd er maar mee op.

Erkend als streektaal

Deze unieke situatie heeft er dan ook toe geleid dat het Limburgs in 1997 door de Nederlandse regering op grond van het “Europees Handvest voor Streektalen en Talen van Minderheden” van de Raad van Europa (Straatsburg, 1992) officieel is erkend als streektaal (status II). In dit kader zijn “dialecten” plaatselijke varianten van de streektaal Limburgs.

Als gevolg van de inwerkingtreding van het Handvest is het Limburgs ook op Europees niveau (1998) erkend als streektaal/regionale taal. In Nederland heeft verder alleen het Nedersaksisch (de streektaal die in het noordoosten van Nederland wordt gesproken) eenzelfde status. Het Fries daarentegen bezit status III, d.w.z. dezelfde als de standaardtaal Nederlands.

Om het voortbestaan van een taal te garanderen, is het onder meer van belang dat die goed gedocumenteerd wordt. De woordenschat van de Limburgse streektaal is vastgelegd in het Woordenboek van de Limburgse Dialecten. Dit enorme taalproject liep van 1962 tot 2008, werd samengesteld door de universiteiten van Nijmegen en Leuven en omvat 39 delen.

Wezenlijk is het bestaan van een eigen literatuur in het Limburgs, zoals blijkt uit de vele gedichten- en verhalenbundels. Daarnaast dient er sprake te zijn van een gestandaardiseerde spelling (zie o.a. Spelling 2003 voor de Limburgse dialecten en de officiële Plaatsnamenlijst).

Tevens kan het Limburgs erop bogen dat er tientallen lokale woordenboeken bestaan.
Ook worden er geregeld dialectcursussen gegeven voor beginners en gevorderden.

Dialecten in Nederlands Limburg

Dialecten in Nederlands Limburg

Meer weten?

Zie voor meer info hierover Het hoes veur ’t Limburgs: hét kennis- en
expertisecentrum voor de Limburgse taal.

https://hoesveurtlimburgs.nl