Verschillen tussen de dialecten binnen onze gemeente

In de gemeente Sittard-Geleen worden veel verschillende dialecten gesproken. Ondanks onderlinge verschillen zijn ze toch alle varianten van de streektaal Limburgs. Dat betekent enerzijds dat er als variant sprake is van verschillen, maar dat er ook grote overeenkomsten zijn, gezien hun gemeenschappelijke basis.

Zonder volledig te willen zijn, vindt u hieronder een overzicht van de kenmerkende verschillen tussen de dialecten in onze gemeente.

Overzicht verschillen

1. Stijgende en dalende tweeklanken

Het Sittards kent uitsluitend dalende tweeklanken, zoals het Nederlands: ou/au – ui – ei/ij. De laatste, de -ij- , wordt echter o.a. in het Limburgs als -ie- uitgesproken: fijn – fien; pijn – pien).

De andere dialecten vertonen een duidelijk complexer beeld. Naast de bekende dalende tweeklanken zijn er ook stijgende tweeklanken, zoals (school) sjool – sjoal; groot – groat, sjroop – sjroap, greutsj – greuëtsj, twee – tweë.

2. Sittardse diftongering

In het Sittards en directe omgeving (o.a. Limbricht) is er sprake van de zogenaamde Sittardse diftongering. Dit houdt in dat onder bepaalde voorwaarden enkele lange klinkers veranderen in tweeklanken:

  • -ee- wordt -ei- (vier: veer > veier; bier: beer > beier; genieten: genete > geneite);
  • -eu- wordt -ui- (groen: greun > gruin; moe: meug > muig; zoeken: zeuke > zuike ) en
  • -oo- wordt -ou- ( bloem: bloom > bloum; ploegen: ploge > plouge; voet: voot > vout).

3. Korter hoofdklinker in Grevenbicht

In het dialect van o.a. Grevenbicht wordt de hoofdklinker korter en met sterke nadruk uitgesproken: sjrîeve in plaats van sjrie – ve.

4. Umlautwerking in de Maaslanddialecten

In de Maasland-dialecten is er sprake van een typische umlautwerking. Men denke aan vormen als: de maaskentj (maaskant); ‘ne bendj (een band); zendj (zand).

5. Verzachting van de medeklinker in de Maaslanddialecten

De Maasland-dialecten kennen, voor zover deze gelegen zijn ten westen van de Panninger Linie (zie “Panninger Linie”), in nogal wat gevallen geen mouillering (verzachting van de medeklinker). Het betreft woorden als smiete (sjmiete); spegel (sjpegel/sjpeigel).

6. Het persoonlijk voornaamwoord

Typerend voor de Maaslanddialecten is ook het gebruik van het persoonlijk voornaamwoord hae (hij) en häöm (hem) en bezittelijk voornaamwoord zien (zijn) bij aanduiding van vrouwelijke personen. Zo spreekt een vader over zijn dochter: “Hae deit good zien bès.” (Zij doet goed haar best).

7. De bekende rollende -r- in het Maasland.

 

Overeenkomsten

Behalve overeenkomsten kennen de dialecten in onze gemeente ook overeenkomsten.

Lees de overeenkomsten